Begrippenlijst

De termen waar u tegenaan loopt, kort uitgelegd.

Een prospectus is geen leesvoer. Hieronder de definities die u nodig heeft om door een informatiememorandum of een fondsdetailpagina te bewegen — zonder didactische omhaal. Mist u iets? Laat het weten.

Toezicht & regelgeving
9 begrippen
€100k-vrijstelling vrijstelling · prospectusvrijstelling

Vrijstelling van prospectus- en vergunningplicht voor aanbiedingen vanaf €100.000 per belegger. De aanbieding zelf valt niet onder AFM-toezicht; de beheerder kan dat wel zijn (AIFMD).

Lees het artikel →
AFM

Autoriteit Financiële Markten. Houdt toezicht op gedragsregels en informatievoorziening in de Nederlandse financiële sector. Zie de Wft voor de wettelijke grondslag.

AIFMD-light-registratie AIFMD light · registratieregime

Lichter registratieregime voor beheerders onder de AUM-drempels. Minder zware rapportage- en bewaardereisen dan een volledige vergunning.

AIFMD-vergunning

Volledige vergunning onder de Alternative Investment Fund Managers Directive. Verplicht voor beheerders met meer dan €100M AUM (of €500M zonder leverage). Strengste regime.

Eid Essentiële-informatiedocument · KID

Essentiële-informatiedocument (PRIIPS-KID). Verplicht standaarddocument met risico-indicator, scenario-rendementen en kosten. Voor vrijgestelde fondsen niet altijd vereist.

MiFID

Markets in Financial Instruments Directive. Europees kader voor beleggingsdiensten. Relevant wanneer een aanbieder beleggingsadvies geeft of orders uitvoert.

Prospectus

Door de AFM goedgekeurd document waarin het fonds, de risico's en de kosten staan. Vrijgestelde aanbiedingen onder de €100k-drempel kennen geen goedgekeurd prospectus; daarvoor in de plaats komt vaak een informatiememorandum.

SFDR Artikel 6 · Artikel 8 · Artikel 9

Sustainable Finance Disclosure Regulation. Classificatie in artikel 6 (geen ESG-focus), 8 (promoot duurzaamheidskenmerken) of 9 (duurzame belegging als doel).

Wft Wet op het financieel toezicht

Wet op het financieel toezicht. Het Nederlandse wettelijke kader voor financieel toezicht, waaronder regels voor prospectussen en de €100k-vrijstelling.

Juridische structuur
7 begrippen
Bewaarder depositary

Onafhankelijke partij die de activa van het fonds bewaart en transacties op kasstroomniveau controleert. Onder AIFMD-vergunning verplicht; onder light-regime niet altijd.

BV besloten vennootschap

Besloten vennootschap. Rechtspersoon. Voor de belegger niet-transparant: winst wordt eerst belast bij de BV (vpb) voordat een dividend uitgekeerd kan worden.

Closed-end gesloten fonds

Fonds met vaste looptijd en gesloten kapitaalstructuur. Uittreden tussentijds doorgaans alleen via een secundaire markt.

CV commanditaire vennootschap

Commanditaire vennootschap. Personenvennootschap met een beherend en stille vennoten. Geen rechtspersoon; voor de belegger fiscaal transparant.

FGR fonds voor gemene rekening

Fonds voor gemene rekening. Contractuele constructie zonder rechtspersoonlijkheid. Kan open of besloten zijn; fiscale behandeling hangt daarvan af.

Open-end

Fonds neemt doorlopend nieuw kapitaal aan en kent geen vaste einddatum. Uittreden meestal mogelijk op vaste momenten, vaak met opzegtermijn.

Vermogensscheiding

Activa van het fonds staan juridisch los van het vermogen van de beheerder. Bij faillissement van de beheerder blijven de fondsactiva intact.

Rendement & kosten
31 begrippen
Basispunten bps · basispunt

100 basispunten = 1 procentpunt. Gebruikt voor kleine renteverschillen. Een fee-drag van 200 bps per jaar verlaagt het jaarlijks rendement met 2 procentpunt.

CAGR Compound Annual Growth Rate

Compound Annual Growth Rate: constant jaarlijks rendement dat een begin- naar eindwaarde verklaart. Gaat ervan uit dat inleg vanaf dag 1 vaststaat en aan het eind volledig vrijkomt. Conservatieve maatstaf voor PE — onderschat de prestatie op werkelijk-uitstaand kapitaal.

IRR vs XIRR vs CAGR →
Carried interest carry

Aandeel van de beheerder in de winst boven de hurdle. Klassiek 20% — vandaar "2 & 20" (2% management fee, 20% carried).

Catch-up

Mechanisme waarmee de beheerder, na het halen van de hurdle, alle vervolgrendementen krijgt totdat de afgesproken winstverdeling weer in evenwicht is.

Commitment toezegging

Het totale bedrag dat een belegger toezegt te storten in het fonds. Wordt niet in één keer betaald — de beheerder roept het in tranches op (capital calls) naarmate er deelnemingen worden gekocht. Het commitment is de basis voor de fee-berekening en de winst­verdeling.

Coupon

Vaste, periodieke rente-uitkering. Typisch voor private debt en obligatieachtige fondsen.

DPI Distributions to Paid-In

Distributions to Paid-In: cumulatief uitgekeerd door het fonds gedeeld door cumulatief gestort. DPI = 1,0× betekent: u heeft uw inleg terug. > 1,5× wordt industrie-breed als sterk gezien. Cash op de bank, niet papier-waarde.

Lees uitleg →
Eerste tranche eerste storting

Het deel van uw commitment dat u bij ondertekening direct stort. De rest wordt later opgevraagd naarmate de beheerder deals sluit. Bij fondsen die onder de €100k-vrijstelling worden aangeboden is de eerste tranche doorgaans precies die € 100.000, ook als u meer toezegt.

Fee-drag

Het verschil tussen het bruto-rendement (vóór fees) en het netto-rendement (na fees), uitgedrukt in basispunten per jaar. Een fee-drag van 200 bps betekent dat fees 2 procentpunt rendement per jaar afslaan.

Herbeleg distributies Herbelegging · Reinvestment

Toggle die distributies (uitgekeerd kapitaal vanaf de harvest-jaren) terugplaatst in een Wereld-ETF tegen een aangenomen jaarlijks rendement. Maakt scenario’s waarin u het geld terugbrengt naar privé én scenario’s waarin u in de BV blijft eerlijker vergelijkbaar — anders telt vroeger uitgekeerd geld ten onrechte als "klaar".

Hurdle preferred return

Minimumrendement dat de belegger moet halen voordat de beheerder performance fee mag rekenen. Vaak 7–8% bij private equity.

IRR internal rate of return

Internal rate of return. Het jaarlijkse rendement waarmee de contante waarde van alle kasstromen (inleg en uitkeringen) nul wordt. Standaard in private equity.

J-curve

Karakteristiek verloop van het netto rendement in een PE/VC-fonds: de eerste drie tot vier jaar negatief (kosten lopen, deelnemingen worden conservatief gewaardeerd, exits zijn nog ver weg), daarna gestaag positief naarmate de fondsmanager portefeuillebedrijven verkoopt.

Liquiditeitspremie Illiquiditeitspremie

Het extra rendement dat u krijgt voor het feit dat uw kapitaal jaren vastzit — niet te koop op een beurs. Ruwe maatstaf: fonds-CAGR minus benchmark-CAGR (publieke aandelen-ETF) bij dezelfde horizon. Positief = de illiquiditeit wordt gecompenseerd; negatief = u had beter publiek kunnen beleggen.

Looptijd

Geplande duur van het fonds, van eerste storting tot finale verkoop. Bij closed-end vast; bij open-end onbepaald. Tussentijds uittreden is doorgaans niet mogelijk of alleen via een secundaire markt.

Lopende kostenfactor TER · OCF

Totale jaarlijkse kosten als percentage van het fondsvermogen — management fee, bewaarderkosten, audit en administratie samen.

Management fee

Jaarlijkse beheervergoeding, meestal als percentage van de toezegging of NAV. In PE typisch 1,5–2%; in vastgoed vaak lager.

Multiple MOIC

Totale uitkering gedeeld door totale inleg. Een multiple van 1,8x betekent dat de belegger 1,8 keer de inleg terugkrijgt. Voor één enkele deal heet dit MOIC; voor het hele fonds TVPI.

Lees DPI/TVPI/MOIC uitgelegd →
Net IRR

IRR op fund-level cashflows ná aftrek van management fee, carried interest en kosten. Dit is wat de LP daadwerkelijk overhoudt; de meest gebruikte maatstaf in fondsdocumenten. Tegenhanger: Gross IRR (op deal-niveau, vóór fund-fees).

IRR vs XIRR vs CAGR →
Netto vs bruto rendement

Bruto = vóór management fee, performance fee en kosten. Netto = wat de belegger uiteindelijk ontvangt. Vergelijk altijd op netto-basis.

Opzetkosten plaatsingskosten

Eenmalige kosten bij toetreden — vaak een percentage van de inleg, voor structurering, juridische opzet en plaatsing van de eenheden.

Performance fee

Vergoeding voor de beheerder boven een afgesproken drempel (hurdle). Bij private equity meestal als carried interest gestructureerd.

PME Public Market Equivalent · Kaplan-Schoar

Public Market Equivalent (Kaplan-Schoar, 2005): simuleert dezelfde capital calls en distributies in een publieke index. PME 1,2× betekent dat het fonds 20% méér terugbetaalt dan dezelfde cashflows in de ETF zouden hebben opgeleverd. Industrie-standaard voor de "private vs public" vergelijking op identieke timing.

Reële weergave Toon in € van vandaag · Inflatie-correctie

Toont eindwaarde en CAGR in koopkracht van vandaag, gecorrigeerd voor verwachte inflatie. Bij een deflater van 2% per jaar over 10 jaar is € 1 vandaag gelijk aan ongeveer € 1,22 over 10 jaar — of omgekeerd: een toekomstige € 500k staat gelijk aan € 410k vandaag.

RVPI Residual Value to Paid-In

Residual Value to Paid-In: het deel van uw belang dat nog in het fonds zit (NAV) gedeeld door cumulatief gestort. Daalt naar nul aan het einde van de looptijd terwijl DPI omhoog gaat.

TVPI Total Value to Paid-In

Total Value to Paid-In: (cumulatief uitgekeerd + huidige NAV van uw belang) / cumulatief gestort. TVPI = DPI + RVPI. Aan einde van een fonds is RVPI 0 en TVPI = DPI.

Lees uitleg →
Uitkering payout · distributie

Periodieke of einde-looptijd betaling van rendement aan beleggers. Frequentie verschilt per fonds: van maandelijks (private debt) tot uitsluitend aan het eind (klassieke PE). Vaak bedoeld als netto cashflow op uw rekening, soms herbelegbaar.

Vintage Vintage year · Vintage jaar

Het jaar waarin een fonds zijn eerste capital call doet. Vintages bepalen de markt-context van een fonds en zijn de standaard-as voor peer-vergelijking: een 2020-vintage PE-buyout-fonds vergelijk je niet met een 2008-vintage van dezelfde manager.

XIRR

IRR op exact-date cashflows. Bij PE-fondsen de standaard voor net rendement uit LP-perspectief — meet het geld-gewogen rendement op werkelijk uitstaand kapitaal. Doorgaans hoger dan CAGR-op-commitment omdat capital calls het kapitaal pas later doen werken.

IRR vs XIRR vs CAGR →
Risico & zekerheden
6 begrippen
Achtergesteld

Bij faillissement van de uitgever krijgt een achtergestelde lening pas terugbetaald nadat andere schuldeisers zijn voldaan. Hoger rendement, hoger risico.

Bankfinanciering leverage

Mate waarin het fonds gebruik maakt van vreemd vermogen naast inleg van beleggers. Vergroot zowel rendement als risico.

LTV loan-to-value

Verhouding tussen het uitgeleende bedrag en de getaxeerde waarde van het onderpand. Lagere LTV = grotere buffer bij waardedaling.

Onderpand zekerheden · securities

Activa (vastgoed, vorderingen, aandelen) waarover een pand- of hypotheekrecht is gevestigd ten gunste van de fondsbeleggers.

Risicoklasse SRI · risico-indicator

Schaal 1–7 die het risico van een belegging samenvat. Onder PRIIPS wettelijk vastgelegd voor retailproducten; bij vrijgestelde fondsen vaak redactioneel toegekend.

Secundaire markt

Platform of mechanisme waar bestaande beleggers hun aandelen kunnen aanbieden aan nieuwe beleggers. Vaak periodiek, soms tegen korting op NAV.

Branchenormen
4 begrippen
INREV

European Association for Investors in Non-Listed Real Estate Vehicles. Stelt rapportagestandaarden op voor niet-beursgenoteerd vastgoed.

IVBN

Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed Nederland. Belangenbehartiger voor pensioenfondsen, verzekeraars en grote vastgoedfondsen.

NPEX

Nederlandse particuliere effectenbeurs voor niet-beursgenoteerde fondsen en vermogenstitels. Functioneert in de praktijk als secundaire markt voor LP-belangen; matchpunten zijn doorgaans periodiek en transacties vinden vaak plaats tegen een NAV-korting van 5–15%.

NVP Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen

Branchevereniging voor Nederlandse private-equity en venture-capitalpartijen. Lidmaatschap impliceert het hanteren van een gedragscode.

Fiscaal
8 begrippen
Box 2

Inkomstenbelasting op aanmerkelijk belang — relevant wanneer u dividend uit uw holding-BV naar privé uitkeert. Tarief 2026: 24,5% tot € 68.843 winst, 31% daarboven. Zolang de winst in de holding blijft, valt er geen box 2 — alleen VPB op realisatie.

Box 3

Inkomstenbelasting over vermogen voor particulieren. In 2026: 36% × 6,00% fictief rendement = 2,16% per jaar over de waarde per 1 januari, ongeacht of er werkelijk rendement is. Ligt uw werkelijke rendement lager, dan kunt u een beroep doen op de tegenbewijsregeling. Er ligt een wetsvoorstel om over te stappen op werkelijk rendement — hoofdregel zou een vermogensaanwasbelasting worden, die ook ongerealiseerde waardestijging belast; dat voorstel is nog niet aangenomen.

Lees over privé vs holding-BV →
Deelnemingsvrijstelling

VPB-regeling die winst op een belang van ≥ 5% in een dochtervennootschap onbelast laat op het niveau van de moeder-BV. Voor LP-belang in een fonds zelden van toepassing (een LP-positie is doorgaans onder 5% en bovendien niet altijd een "deelneming" in fiscale zin), maar wel relevant bij direct-PE waarin een holding-BV een meerderheid- of kwalificerend minderheidsbelang neemt.

Holding-BV persoonlijke holding

Persoonlijke besloten vennootschap waarin een particulier zijn vermogen onderbrengt. Voor vermogende particulieren met PE/VC-deelnames het meest voorkomende vehikel — winst wordt niet jaarlijks (zoals in box 3 bij privé) maar pas bij realisatie belast (VPB), waardoor kapitaal tussentijds onbelast compoundt. Pas voordelig bij voldoende AUM: oprichting + jaarlijkse administratie/accountantskosten zijn ~€ 1.500–3.000 per jaar.

Lucratief belang

Fiscale herkwalificatie waarbij asymmetrische winst op een aandelenpakket (typisch carried interest of managementparticipatie) niet als vermogen maar als loon wordt belast — in box 1 tot 49,5%, of vanaf 2026 in box 2 als de winst eerst in een holding-BV landt en daaruit wordt uitgekeerd. Speelt voor fondsmanagers, niet voor passieve LP's.

Tegenbewijsregeling

Sinds 2025 mag een belastingplichtige in box 3 aantonen dat het werkelijke rendement lager was dan het fictieve — dan wordt over het werkelijke geheven. Voor illiquide fondsen in J-curve-jaren (NAV nog rond cost basis, geen distributies) kan dat de heffing aanzienlijk drukken. Niet automatisch; vereist onderbouwing in de aangifte.

Vennootschapsbelasting vpb

Belasting over winst van rechtspersonen. Tarief 2026: 19% tot € 200.000 winst, 25,8% daarboven. Voor een holding-BV die in een fonds participeert: heffing pas bij realisatie (exit of distributie), niet jaarlijks over de NAV. Dat uitgestelde karakter maakt de holding fiscaal aantrekkelijk voor lange-looptijd illiquide beleggingen.

Lees over privé vs holding-BV →
Vermogenswinstbelasting vermogenswinst

Heffing op de werkelijk gerealiseerde winst bij verkoop of distributie — in tegenstelling tot een vermogensaanwasbelasting, die jaarlijks over de waardeontwikkeling heft. In het wetsvoorstel voor box 3 is de aanwasvariant de hoofdregel; deze realisatievariant geldt alleen als uitzondering voor onroerende zaken en bepaalde niet-beursgenoteerde aandelen. Een gewone fondsdeelname valt dus onder de hoofdregel en zou jaarlijks worden belast, ook zonder uitkering.

Bijgewerkt op 11 mei 2026. Volgende herziening: na publicatie van nieuwe AFM-richtlijn box 3 (verwacht Q3 2026).
Veelgestelde vragen →
Belangrijke informatie AFM-vrijstelling, risico's, fiscaliteit — klik om uit te klappen
Belangrijke informatie. Fondskompas biedt feitelijke oriëntatie, geen beleggingsadvies. De getoonde gegevens zijn ontleend aan publiekelijk beschikbare bronnen en prospectussen van aanbieders. Alle getoonde fondsen worden aangeboden onder de vrijstelling van prospectus- en vergunningplicht (minimale inleg ≥ € 100.000 per belegger, artikel 5:3 Wft en de Vrijstellingsregeling Wft); de AFM houdt op deze aanbiedingen geen inhoudelijk toezicht onder de Wft. Rendementspercentages zijn streefrendementen — geen toezegging — en het werkelijke rendement kan negatief zijn; u kunt uw inleg geheel of gedeeltelijk verliezen. Deelnemingen zijn doorgaans illiquide: tussentijdse uittreding is meestal niet of beperkt mogelijk. Vermogen in deze fondsen valt in box 3 en wordt forfaitair belast volgens het regime van de Belastingdienst. SFDR-classificaties (artikel 6, 8 of 9) verwijzen naar duurzaamheidskenmerken van het fonds, niet naar een AFM-goedkeuring. Wij ontvangen een vergoeding van aanbieders bij een succesvolle introductie — onze diensten zijn voor u kosteloos. Vergelijk altijd het volledige prospectus, het informatiememorandum en — indien beschikbaar — het Essentiële-Informatiedocument (Eid) voordat u een beslissing neemt. Zie de volledige disclaimer, het artikel over de €100k-vrijstelling en de begrippenlijst.
Nieuwsbrief

Bericht bij elk nieuw fonds, plus achtergrond-artikelen.

We zijn nog niet aan het versturen — schrijf u in en u hoort het zodra de eerste editie verstuurd wordt. Opzeggen met één klik.

Inschrijven