Netto doelrendement >10% IRR, met een gestreefd direct kasrendement van circa 6%
Participaties van €1-5 mln per project, gespreid over 10 tot 15 vastgoedprojecten
Speelt in op de equity-gap van €5-50 mln waar banken en verzekeraars terugtreden
Value-add strategie: actieve waardecreatie via verhuur, verduurzaming en herontwikkeling
NLInvesteert committeert zelf minimaal €500.000 (skin in the game)
NLI Vastgoed Participatiefonds I is het nieuwste initiatief van NLInvesteert — na het Bedrijfsleningenfonds (private debt, 2021) en NLI Capital (private equity, 2023) nu een fonds voor equity-deelnemingen in Nederlands vastgoed. Het fonds bouwt een gespreide portefeuille op van 10 tot 15 participaties, met een investering van €1 tot 5 miljoen per project, in vastgoedondernemingen met een projectwaarde tussen €5 en 50 miljoen.
Voor vastgoedprojecten tot circa €5 miljoen is doorgaans kapitaal te vinden in een kleine kring van particuliere investeerders; boven de €50 miljoen richten institutionele en grote private partijen zich op de markt. Daartussenin — projecten van €5 tot 50 miljoen — trekken banken zich terug op senior financiering tot 60-75% LTVLTVVerhouding tussen het uitgeleende bedrag en de getaxeerde waarde van het onderpand. Lagere LTV = grotere buffer bij waardedaling., zonder dat er voldoende eigen-vermogen-partijen actief zijn. Het fonds positioneert zich specifiek in dat gat, als equity-partner naast professionele vastgoedondernemers die zelf ook kapitaal inbrengen.
Het fonds richt zich bewust op het value-add-segment: vastgoed waar door betere verhuur, optimalisatie van huurprijzen, verduurzaming, herontwikkeling of herpositionering waarde kan worden toegevoegd — niet op volledig opportunistische ontwikkeling zonder vergunningen. Belangen liggen tussen 20% en 50% van een project, met een maximale LTV van 65% bij commercieel en 75% bij residentieel vastgoed. Iedere transactie doorloopt een goedkeuringsproces met een investment proposal, een investeringscomité, een (niet-bindend) advies van de Raad van Advies en een definitief besluit van de fondsdirectie.
Het minimum-commitment is €250.000, met een eerste kapitaalstorting van minimaal €100.000 — de grens van de WftWftWet op het financieel toezicht. Het Nederlandse wettelijke kader voor financieel toezicht, waaronder regels voor prospectussen en de €100k-vrijstelling.-prospectusvrijstelling waaronder het fonds en de beheerder niet vergunningplichtig zijn. Kapitaal wordt in de opbouwfase (jaar 1-3) opgevraagd voor acquisities; huurinkomsten worden vanaf jaar 1 per kwartaal uitgekeerd, maar liggen in die fase lager dan de calls. Vanaf jaar 4 buigt de J-curveJ-curveKarakteristiek verloop van het netto rendement in een PE/VC-fonds: de eerste drie tot vier jaar negatief (kosten lopen, deelnemingen worden conservatief gewaardeerd, exits zijn nog ver weg), daarna gestaag positief naarmate de fondsmanager portefeuillebedrijven verkoopt. om: geen nieuwe calls meer, terwijl verkoopwinsten en doorlopende huurinkomsten als uitkeringUitkeringPeriodieke of einde-looptijd betaling van rendement aan beleggers. Frequentie verschilt per fonds: van maandelijks (private debt) tot uitsluitend aan het eind (klassieke PE). Vaak bedoeld als netto cashflow op uw rekening, soms herbelegbaar. terugvloeien tot de exit in jaar 7.
De management feeManagement feeJaarlijkse beheervergoeding, meestal als percentage van de toezegging of NAV. In PE typisch 1,5–2%; in vastgoed vaak lager. bedraagt 1,2% per jaar — tijdens de investeringsperiode over het gecommitteerde kapitaal, daarna over het daadwerkelijk belegde kapitaal. Bij toetreding is een eenmalige instapvergoeding (emissievergoeding) van 2% verschuldigd. Winst wordt verdeeld volgens een 80/20-structuur boven een IRRIRRInternal rate of return. Het jaarlijkse rendement waarmee de contante waarde van alle kasstromen (inleg en uitkeringen) nul wordt. Standaard in private equity.-hurdle van 7% — pas als beleggers hun inleg en het preferred returnHurdleMinimumrendement dat de belegger moet halen voordat de beheerder performance fee mag rekenen. Vaak 7–8% bij private equity. hebben terugontvangen, deelt de beheerder mee in de meerwinst.
Het fonds is opgezet als een fiscaal transparante commanditaire vennootschapCVCommanditaire vennootschap. Personenvennootschap met een beherend en stille vennoten. Geen rechtspersoon; voor de belegger fiscaal transparant., met daaronder een coöperatie voor de aandelenbelangen in project-B.V.’s en directe participaties in project-C.V.’s. Deze structuur is bedoeld om overdrachtsbelasting en dubbele vennootschapsbelastingVennootschapsbelastingBelasting over winst van rechtspersonen. Tarief 2026: 19% tot € 200.000 winst, 25,8% daarboven. Voor een holding-BV die in een fonds participeert: heffing pas bij realisatie (exit of distributie), niet jaarlijks over de NAV. Dat uitgestelde karakter maakt de holding fiscaal aantrekkelijk voor lange-looptijd illiquide beleggingen. op fondsniveau te vermijden — de volledige fiscale toelichting staat in de bijlage van het informatiememorandum. Het fonds kwalificeert als artikel 6SFDRSustainable Finance Disclosure Regulation. Classificatie in artikel 6 (geen ESG-focus), 8 (promoot duurzaamheidskenmerken) of 9 (duurzame belegging als doel).-fonds onder de SFDR: het promoot geen ecologische of sociale kenmerken als doelstelling, al worden duurzaamheidsrisico’s wel meegewogen bij investeringsbeslissingen.
Het fonds wordt geleid door een investeringsteam met ervaring in vastgoed, financiering en fondsstructurering, met een investeringscomité en een Raad van Advies van vastgoed- en financiële professionals als onafhankelijke laag. NLInvesteert committeert zelf minimaal €500.000 aan het fonds via een aparte co-investeringsentiteit — een klein maar reëel skin-in-the-game-signaal op een streefomvang van €50 miljoen.
Schaal 1–7, redactioneel toegekend — hoe wij risico inschatten →. Zie ook het Eid van het fonds voor de SRI uit wetgeving.
Management fee tijdens de investeringsperiode over het gecommitteerde kapitaal; daarna over het belegd kapitaal. Winstdeling 80/20 boven een IRR-hurdle van 7%. Instapvergoeding (emissievergoeding) van 2% bij toetreding.
Beweeg de sliders en de grafiek volgt mee. De startwaarden komen uit het fondsmemorandum van NLI Vastgoed Participatiefonds I; de uitkomsten zijn een rekenkundige illustratie, geen voorspelling — beleggen brengt risico met zich mee.
VPB pas bij realisatie. Winst blijft in de holding voor herinvestering — geen Box 2 zolang u niet uitkeert.
Dit fonds keert periodiek uit. Het rendement komt dus als cash binnen en groeit niet mee in het fonds — de waarde van uw deelname blijft rond uw inleg. Dat drukt uw box 3-grondslag, maar ook uw eindwaarde, tenzij u het geld elders laat werken.
Deze bandbreedte van ±4 procentpunt komt ongeveer overeen met de kwartielgrenzen in de markt: één op de vier fondsen komt er aan elke kant buiten. Het is dus geen best-case/worst-case. Voor Europese buy-outfondsen eindigt bovendien ruim één op de acht met een negatief rendement — dat scenario zit niet in deze strip.
| Jaar | Netto-waarde | Geschatte fee dit jaar | Belasting | Fase |
|---|---|---|---|---|
| 0 | € 100k | — | — | start · eerste tranche |
| 1 | € 275k | € 8.223 | € 1.956 VPB bij distributie | distributie € 25k |
| 2 | € 300k | € 3.223 | € 1.956 VPB bij distributie | distributie € 25k |
| 3 | € 325k | € 3.223 | € 1.956 VPB bij distributie | distributie € 25k |
| 4 | € 350k | € 3.223 | € 1.956 VPB bij distributie | distributie € 25k |
| 5 | € 375k | € 3.223 | € 1.956 VPB bij distributie | distributie € 25k |
| 6 | € 400k | € 3.223 | € 1.956 VPB bij distributie | distributie € 25k |
| 7 | € 425k | € 3.223 | € 22k VPB bij distributie | distributie € 275k |
NAV groeit elk jaar met 10,0% netto-target op het opgeroepen kapitaal. Harvest-fase in de laatste 1 jaar: exits gefaseerd, NAV wordt gradueel uitgekeerd — geen klap aan het einde. Belasting volgt elke distributie (holding of het wetsvoorstel) of loopt jaarlijks door (box 3 2026).
Ná VPB (winst blijft in BV) houdt u € 388k over uit een commitment van € 250k — geannualiseerd 6,5% per jaar. Het pre-tax cijfer (€ 425k, 7,9%/jaar) is wat de aanbieder communiceert; de fiscus pakt over de looptijd € 33k, en doordat dat geld eerder uit uw vermogen verdwijnt loopt u nog eens € 3.694 aan rendement mis. Tel daar een fee-drag Fee-dragHet verschil tussen het bruto-rendement (vóór fees) en het netto-rendement (na fees), uitgedrukt in basispunten per jaar. Een fee-drag van 200 bps betekent dat fees 2 procentpunt rendement per jaar afslaan. bij ten opzichte van een hypothetisch zero-fee fonds van 83 bps per jaar.
Bps staat voor basispunten: 100 bps = 1 procentpunt. Een fee-drag van 83 bps betekent dus dat uw netto rendement per jaar circa 0,83 procentpunt lager ligt dan in een hypothetische zero-fee variant.
We rekenen in drie stappen:
De fee-breakdown hieronder (opzet, management, performance) is een indicatieve uitsplitsing van waar die fee-drag uit bestaat. Bij een fonds dat al een netto-IRR communiceert zijn die bedragen al verwerkt in het rendement — we laten ze zien voor transparantie, niet als extra aftrek.
Onze samengestelde score uit zeven publieke signalen. Hoe transparant is het fonds, hoe sterk is het verificatie-spoor, hoe zit het met skin in the game en hoe verhoudt de fee zich tot vergelijkbare fondsen? Iedere component is hier zichtbaar.
Vintage = jaar van eerste capital call (2026). We plotten het streefrendement van dit fonds tegen de peer-group van fondsen uit hetzelfde vintage-jaar en dezelfde categorie. Cijfers komen uit publieke aggregaten (EVCA, INREV, EDHEC, Pitchbook).
Stel een vraag aan de fondsmanager. Wij modereren — vragen die we publiceren komen met een antwoord van de manager of na onafhankelijke DD van onze redactie. Reactie binnen vijf werkdagen, of nooit als een vraag niet door moderatie komt.
Vragen die we publiceren zijn relevant voor andere lezers. Te persoonlijke vragen ("Past dit bij mijn situatie?") wijzen we normaal gesproken af; daarvoor kunt u een gesprek aanvragen.
We zijn nog niet aan het versturen — schrijf u in en u hoort het zodra de eerste editie verstuurd wordt. Opzeggen met één klik.