Iedere fondspagina toont een risicoklasse op een schaal van 1 tot 7. Dat cijfer is redactioneel — onze inschatting na lezen van memorandum, jaarverslagen en gesprekken met de beheerder. Hieronder welke factoren we wegen en hoe ons getal zich verhoudt tot de wettelijke SRI in het Eid.
Korte looptijd, hard onderpand of senior gedekte vorderingen, lage hefboom, voorspelbare cashflow. Voorbeelden: senior-secured private debt onder 60% LTV, kortlopende hypotheken met eerste recht.
Middellange looptijd, gedekte vorderingen met enige correlatie naar de economie, of vastgoed met stabiele kasstroom. Hefboom binnen marktconforme grenzen. Voorbeelden: woningfondsen met lopende huur, infrafondsen onder concessie.
Lange looptijd, gedeeltelijk illiquide, gevoeligheid voor conjunctuur of energieprijs. Exits niet gegarandeerd. Voorbeelden: commercieel vastgoed, energietransitie-fondsen, achtergestelde leningen aan MKB.
Klassiek private equity en MKB-buyout: 10-jarige lock-up, J-curve in de eerste jaren, exit-risico, hoge concentratie per deelneming, hefboom op portfolio-niveau. Rendementspotentieel is structureel hoger, maar het kapitaal staat lang vast en deelnemingen kunnen falen.
Venture capital, early-stage fondsen, hoog-gehefboomde strategieën. Verwacht verlies bij een meerderheid van de deelnemingen — het rendement komt van enkele uitschieters. Past niet bij elke beleggingsdoelstelling.
Hoe langer uw geld vaststaat zonder secundaire markt, hoe hoger de risicoklasse. Een 10-jarige PE-commitment scoort structureel anders dan een open-end vastgoedfonds met kwartaaluittredingen.
Senior gedekte vorderingen met eerste recht van hypotheek of pand verlagen de klasse. Achtergesteld of ongedekt verhoogt het cijfer. We kijken ook naar de kwaliteit van het onderpand, niet alleen of het er is.
Bankfinanciering op fondsniveau of op portefeuilleniveau vergroot zowel rendement als risico. Hoge LTV op een vastgoedportefeuille of debt-to-equity boven 2× op een PE-fonds tikt door in onze klasse.
Een fonds met 6 deelnemingen draagt meer single-name-risico dan een fonds met 30. We wegen hoe gespreid de portefeuille is over sectoren, geografie en deal-omvang.
Closed-end fondsen die afhankelijk zijn van M&A-markt of IPO-vensters voor exits krijgen een hogere klasse. De eerste vijf jaar (J-curve) is uw kapitaal opgeroepen maar de NAV staat nog op kostprijs — die periode telt mee.
Een eerste-fondsmanager zonder herleidbare historie wordt voorzichtiger ingeschaald dan een team met drie of meer afgewikkelde fondsen. Realisaties uit eerdere vintages zijn een toetssteen, niet een garantie.
De Summary Risk Indicator (SRI) in het Eid van een fonds is wettelijk voorgeschreven en wordt berekend op basis van twee maatstaven: marktrisico (volatiliteit van het historische rendement) en kredietrisico (kans op default van de tegenpartij). Voor jonge of illiquide fondsen wordt vaak een aanname gebruikt omdat er onvoldoende historische data is.
Onze redactionele klasse is bewust breder. Wij wegen óók illiquiditeit op zichzelf, exit-risico, beheerder-kwaliteit en concentratie — zaken die de SRI niet of slechts indirect meeneemt. Daardoor scoort een klassiek PE-fonds bij ons doorgaans hoger (6/7) dan in het Eid (vaak 4/7). De SRI vertelt u "hoe schommelt de waarde", onze klasse vertelt u óók "hoe gemakkelijk komt u eruit als u dat wilt".
Op iedere fondspagina staat onze redactionele klasse leidend in de risico-sectie. De SRI uit het Eid is altijd raadpleegbaar via de documenten-tab — beide cijfers zijn relevant.
We zijn nog niet aan het versturen — schrijf u in en u hoort het zodra de eerste editie verstuurd wordt. Opzeggen met één klik.