Begrippen · 8 min lezen

Hoe werkt carried interest?

De winstdeling van een PE-fondsbeheerder — wanneer hij meeverdient, hoe de hurdle, catch-up en verdeling in elkaar zitten.

Thomas van der Bruggen · 28 april 2026
© Bernard Hermant / Unsplash
In één zin

De winstdeling van een PE-fondsbeheerder — wanneer hij meeverdient, hoe de hurdle, catch-up en verdeling in elkaar zitten.

Carried interestCarried interestAandeel van de beheerder in de winst boven de hurdle. Klassiek 20% — vandaar "2 & 20" (2% management fee, 20% carried). — kortweg carry — is de naam voor de winstdeling die een private-equityfonds (of vastgoed-PE-fonds) aan zijn beheerder uitbetaalt nadat de beleggers eerst een minimumrendement hebben behaald. Het is de meest besproken kostenpost in de hele alternatieve-fondsenwereld, en de meest verkeerd begrepen.

De standaardformule

In de overgrote meerderheid van Nederlandse en internationale PE-fondsen volgt de winstdeling deze vier stappen:

  1. Inleg terug. De beleggers krijgen eerst hun eigen inleg volledig terug, inclusief eventueel toegevoegd kapitaal voor kosten.
  2. Preferent rendement. Daarna ontvangen de beleggers een vast preferent rendement — vaak 7% of 8% per jaar over hun ingelegd kapitaal. Dit heet ook wel de hurdleHurdleMinimumrendement dat de belegger moet halen voordat de beheerder performance fee mag rekenen. Vaak 7–8% bij private equity. rate.
  3. Catch-upCatch-upMechanisme waarmee de beheerder, na het halen van de hurdle, alle vervolgrendementen krijgt totdat de afgesproken winstverdeling weer in evenwicht is.. Vervolgens krijgt de beheerder een catch-up: hij ontvangt 100% van de volgende winst tot het punt waarop hij in totaal 20% van de winst tot dan toe heeft binnengehaald. Dit corrigeert achteraf voor het feit dat de beheerder in stap 2 nog niets ontving.
  4. 80/20 verdeling. Vanaf dat moment wordt elke verdere winst 80/20 verdeeld: 80% voor de beleggers, 20% voor de beheerder als carry.

Bij verdeling over de hele looptijdLooptijdGeplande duur van het fonds, van eerste storting tot finale verkoop. Bij closed-end vast; bij open-end onbepaald. Tussentijds uittreden is doorgaans niet mogelijk of alleen via een secundaire markt. komt dit neer op een effectieve verdeling van ongeveer 80/20 zodra het rendement boven de hurdle uitkomt — vandaar de bijnaam 2 en 20 (2% beheervergoeding plus 20% carry).

Waarom het werkt zoals het werkt

Carry bestaat om twee redenen tegelijk:

  • Belangenuitlijning. De beheerder verdient pas mee zodra de beleggers hun eigen geld plus de hurdle hebben terugverdiend. In theorie betekent een lage performance dat de beheerder zonder carry blijft — alleen de beheervergoeding (2%) compenseert dan voor zijn werk.
  • Carry is verlies-tolerant. Anders dan een vaste bonus drukt carry niet op het fonds in slechte jaren; hij wordt simpelweg niet uitbetaald.

Waar de standaard vragen oproept

Drie aandachtspunten die meestal in een Q&A met de aanbieder worden besproken — niet in het memorandum:

Carry per deal versus carry op fondsniveau. Sommige fondsen verdelen de carry pas aan het einde van de fondslooptijd op basis van het totale resultaat. Andere keren carry uit per uittredende deal — die zogeheten deal-by-deal carry leidt theoretisch tot vroege uitbetaling en — bij latere verliezen — tot een clawback-verplichting. Vraag welke variant uw fonds gebruikt en of er een escrow-buffer is voor clawback.

De hurdle rate. Een hurdle van 7% lijkt op het oog hetzelfde als 8%, maar bij een uiteindelijk rendement van bijvoorbeeld 12% IRRIRRInternal rate of return. Het jaarlijkse rendement waarmee de contante waarde van alle kasstromen (inleg en uitkeringen) nul wordt. Standaard in private equity. scheelt het verschil tussen carry op 5% versus 4% bovenhurdle aanzienlijk in de uitbetalingsverdeling.

Catch-up van 100%, 50% of geen. Een carry-structuur zonder catch-up (Europese variant) komt voor beleggers gunstiger uit dan de Amerikaanse standaard met 100%-catch-up. In Nederland is de Amerikaanse variant de norm.

Voor u als belegger

Carry is geen verborgen kostenpost — hij staat in het memorandum, vaak in het hoofdstuk Verdeling van resultaat. Maar de werkelijke uitkomst is afhankelijk van drie variabelen tegelijk: het rendement, de hurdle en de catch-up-structuur. Twee fondsen met identieke 2-en-20 op papier kunnen bij identiek bruto-rendement netto verschillende uitkomsten geven voor u.

Wanneer u twee PE-fondsen vergelijkt, vraag dan om een scenario-tabel: bij 8%, 12% en 18% bruto-IRR, wat is de netto-IRR voor de belegger? Geen enkele goede manager zal weigeren dat te geven.

Goed om te weten

Dit artikel is bedoeld als algemene uitleg en niet als persoonlijk beleggingsadvies. Beleggen in alternatieve fondsen kent een aanzienlijk risico op verlies van inleg. Lees vóór een eventuele inschrijving altijd het prospectus of informatiememorandum van de aanbieder.

Een term tegengekomen die niet helemaal duidelijk is? Hover op de onderlijnde woorden voor een korte uitleg, of bekijk de complete begrippenlijst.

Thomas van der Bruggen
Schrijft over Nederlandse alternatieve fondsen — van private equity tot private debt, vastgoed en infrastructuur. Onafhankelijke redactie zonder vergoeding van aanbieders.
HB
Een gesprek over uw allocatie in private equity.

Wij begeleiden vermogende particulieren bij de keuze tussen aanbieders. Een kennismakingsgesprek duurt 30 minuten en is vrijblijvend.

Belangrijke informatie AFM-vrijstelling, risico's, fiscaliteit — klik om uit te klappen
Belangrijke informatie. Fondskompas biedt feitelijke oriëntatie, geen beleggingsadvies. De getoonde gegevens zijn ontleend aan publiekelijk beschikbare bronnen en prospectussen van aanbieders. Alle getoonde fondsen worden aangeboden onder de vrijstelling van prospectus- en vergunningplicht (minimale inleg ≥ € 100.000 per belegger, artikel 5:3 Wft en de Vrijstellingsregeling Wft); de AFM houdt op deze aanbiedingen geen inhoudelijk toezicht onder de Wft. Rendementspercentages zijn streefrendementen — geen toezegging — en het werkelijke rendement kan negatief zijn; u kunt uw inleg geheel of gedeeltelijk verliezen. Deelnemingen zijn doorgaans illiquide: tussentijdse uittreding is meestal niet of beperkt mogelijk. Vermogen in deze fondsen valt in box 3 en wordt forfaitair belast volgens het regime van de Belastingdienst. SFDR-classificaties (artikel 6, 8 of 9) verwijzen naar duurzaamheidskenmerken van het fonds, niet naar een AFM-goedkeuring. Wij ontvangen een vergoeding van aanbieders bij een succesvolle introductie — onze diensten zijn voor u kosteloos. Vergelijk altijd het volledige prospectus, het informatiememorandum en — indien beschikbaar — het Essentiële-Informatiedocument (Eid) voordat u een beslissing neemt. Zie de volledige disclaimer, het artikel over de €100k-vrijstelling en de begrippenlijst.
Nieuwsbrief

Bericht bij elk nieuw fonds, plus achtergrond-artikelen.

We zijn nog niet aan het versturen — schrijf u in en u hoort het zodra de eerste editie verstuurd wordt. Opzeggen met één klik.

Inschrijven

Vergelijk fondsen →