Fiscaal · 12 min lezen

Privé of via uw holding-BV — wat scheelt het fiscaal bij een fondsdeelname?

Box 3 tikt elk jaar door, ook in stille jaren. Een holding-BV stelt de heffing uit tot exit. Bij een PE/VC-commitment van € 250k+ scheelt dat over de looptijd al snel tienduizenden euro's — maar de keuze hangt af van uw situatie, niet van een vuistregel.

Thomas van der Bruggen · 11 mei 2026 · Bijgewerkt 11 mei 2026
© Mike Kononov / Unsplash
In één zin

Box 3 tikt elk jaar door, ook in stille jaren. Een holding-BV stelt de heffing uit tot exit. Bij een PE/VC-commitment van € 250k+ scheelt dat over de looptijd al snel tienduizenden euro's — maar de keuze hangt af van uw situatie, niet van een vuistregel.

“Ik betaal pas belasting als ik uitcash.” Het is een van de hardnekkigste misverstanden in Nederland — en juist bij particuliere beleggers in private equity, venture capital en vastgoedfondsen kost het soms tienduizenden euro’s aan onaangename verrassingen. Onder de huidige box 3Box 3Inkomstenbelasting over vermogen voor particulieren. In 2026: 36% × 6,00% fictief rendement = 2,16% per jaar over de waarde per 1 januari, ongeacht of er werkelijk rendement is. Ligt uw werkelijke rendement lager, dan kunt u een beroep doen op de tegenbewijsregeling. Er ligt een wetsvoorstel om over te stappen op werkelijk rendement — hoofdregel zou een vermogensaanwasbelasting worden, die ook ongerealiseerde waardestijging belast; dat voorstel is nog niet aangenomen.-regels betaalt u elk jaar over de waarde van uw belegging op 1 januari, ongeacht of u die euro’s al gezien heeft. Een fonds dat zijn investeringen in de eerste vier jaar nog op kostprijs waardeert, levert geen cashflow op — maar de fiscus rekent wel mee.

Vandaar de vraag die in vermogenskringen steeds vaker bij de eerste afspraak met de aanbieder valt: zou ik dit niet beter via mijn holding doen?

De vraag die zelden hardop wordt gesteld

Stel u zegt € 250.000 toe aan een PE-fonds met een looptijdLooptijdGeplande duur van het fonds, van eerste storting tot finale verkoop. Bij closed-end vast; bij open-end onbepaald. Tussentijds uittreden is doorgaans niet mogelijk of alleen via een secundaire markt. van zes jaar en een streefrendement van 15% netto-IRR. Onder de huidige box 3-regels (peilstand augustus 2026) wordt 36% inkomstenbelasting geheven over een fictief rendement van 6,00% per jaar. Effectief: 2,16% per jaar over de NAVNAVNet Asset Value: de gewogen waarde van alle deelnemingen van het fonds, minus eventuele schulden van het fonds. Wordt door de beheerder periodiek geschat — typisch elk kwartaal of halfjaar. Bij illiquide fondsen blijft NAV vaak op kostprijs staan tot een exit nadert.. Tegen het einde van de looptijd, bij een NAV die richting € 500k klimt, tikt dat op tot meer dan € 8.000 per jaar — en hij begint al in het eerste jaar, wanneer u nog niets in handen heeft.

Cumulatief over zes jaar: ongeveer € 38.000 aan box 3-heffing. Dat is bijna 1,4% per jaar van uw netto-rendement, structureel afgenomen vóór u één euro uit het fonds ziet.

Onder een holding-BVHolding-BVPersoonlijke besloten vennootschap waarin een particulier zijn vermogen onderbrengt. Voor vermogende particulieren met PE/VC-deelnames het meest voorkomende vehikel — winst wordt niet jaarlijks (zoals in box 3 bij privé) maar pas bij realisatie belast (VPB), waardoor kapitaal tussentijds onbelast compoundt. Pas voordelig bij voldoende AUM: oprichting + jaarlijkse administratie/accountantskosten zijn ~€ 1.500–3.000 per jaar. ziet het plaatje er anders uit. Daar valt de fonddeelname onder de vennootschapsbelastingVennootschapsbelastingBelasting over winst van rechtspersonen. Tarief 2026: 19% tot € 200.000 winst, 25,8% daarboven. Voor een holding-BV die in een fonds participeert: heffing pas bij realisatie (exit of distributie), niet jaarlijks over de NAV. Dat uitgestelde karakter maakt de holding fiscaal aantrekkelijk voor lange-looptijd illiquide beleggingen. (19% tot € 200k winst, 25,8% daarboven), maar pas bij realisatie — dus pas in het jaar van exit of distributieUitkeringPeriodieke of einde-looptijd betaling van rendement aan beleggers. Frequentie verschilt per fonds: van maandelijks (private debt) tot uitsluitend aan het eind (klassieke PE). Vaak bedoeld als netto cashflow op uw rekening, soms herbelegbaar.. Tussentijds compoundt het kapitaal onbelast. Voor hetzelfde fonds: bij exit met € 285k winst betaalt u 19% × € 200k + 25,8% × € 85k = ongeveer € 60.000 VPB. Iets meer dan box 3 cumulatief, maar geconcentreerd op één moment — en in de tussentijd had uw geld zes jaar de tijd om door te groeien zonder jaarlijkse aderlating.

Privé · box 3 anno 2026

Box 3 werkt sinds 2017 met fictief rendement, en sinds 2023 met verschillende rendementscategorieën. Voor “overige bezittingen” — waar fondsdeelnames doorgaans onder vallen — wordt voor 2026 een fictief rendement van 6,00% gehanteerd. Daarover wordt 36% inkomstenbelasting geheven. De heffing tikt per 1 januari van elk belastingjaar.

Drie nuances die u in de praktijk tegenkomt:

Peildatum-waardering. De Belastingdienst accepteert in de regel de meest recente NAV van de fondsmanager als waarde op 1 januari. Bij illiquide fondsen waar geen recente NAV-opgave is, mag u terugvallen op de cost basis (paid-in capitalPaid-inCumulatief kapitaal dat de belegger werkelijk in het fonds heeft gestort, op basis van capital calls. Bij een commitment van € 250k en drie tranches gestort, is paid-in € 100k + € 50k + € 50k + € 50k = € 250k aan het einde van de drawdown-periode.). Voor een fonds in de J-curveJ-curveKarakteristiek verloop van het netto rendement in een PE/VC-fonds: de eerste drie tot vier jaar negatief (kosten lopen, deelnemingen worden conservatief gewaardeerd, exits zijn nog ver weg), daarna gestaag positief naarmate de fondsmanager portefeuillebedrijven verkoopt.-jaren — waar de fiscale waarde mogelijk lager ligt dan de feitelijke waarde — drukt dat de heffing tijdelijk. Maar zodra exits beginnen en de NAV opklimt, klimt de heffing mee.

TegenbewijsregelingTegenbewijsregelingSinds 2025 mag een belastingplichtige in box 3 aantonen dat het werkelijke rendement lager was dan het fictieve — dan wordt over het werkelijke geheven. Voor illiquide fondsen in J-curve-jaren (NAV nog rond cost basis, geen distributies) kan dat de heffing aanzienlijk drukken. Niet automatisch; vereist onderbouwing in de aangifte. sinds 2025. Als u kunt aantonen dat het werkelijke rendement op uw vermogen lager was dan het fictieve, mag u over het werkelijke betalen. Voor een fonds in de stille jaren met cost-basis-waardering en geen distributies kan het werkelijke rendement nul of zelfs negatief zijn — dan vervalt effectief de heffing voor dat jaar. Het is geen automatisme: u moet het in de aangifte onderbouwen, en het werkt jaar voor jaar.

Heffingsvrij vermogen. € 59.357 per persoon in 2026, dubbel voor fiscaal partners. Voor de doelgroep van een PE-commitment van € 250k+ is dit een randverschijnsel, niet de hoofdvraag.

Holding-BV · vennootschapsbelasting

Een holding-BV is in feite een persoonlijke beleggings-BV waarvan u zelf de enige aandeelhouder bent. U richt hem op (notariskosten eenmalig ~€ 500–800), zet er kapitaal in, en de BVBVBesloten vennootschap. Rechtspersoon. Voor de belegger niet-transparant: winst wordt eerst belast bij de BV (vpb) voordat een dividend uitgekeerd kan worden. doet de investering. De fondsdeelname staat dan niet op uw privé-balans maar op die van de BV.

Drie eigenschappen die het verschil maken:

VPB op realisatie, niet op aanwas. Zolang het fonds geen winst aan de holding heeft uitgekeerd of belang is verkocht, is er fiscaal geen winst genomen. Pas bij exit of bij een tussentijdse distributie wordt de gerealiseerde winst in de VPB betrokken. Voor lange-looptijd PE/VC betekent dit: zes tot tien jaar onbelast compounden.

VPB-tarief: 19% / 25,8%. Tot € 200.000 winst per boekjaar 19%; daarboven 25,8%. Wie commitmentCommitmentHet totale bedrag dat een belegger toezegt te storten in het fonds. Wordt niet in één keer betaald — de beheerder roept het in tranches op (capital calls) naarmate er deelnemingen worden gekocht. Het commitment is de basis voor de fee-berekening en de winst­verdeling.-grootte spreidt over meerdere boekjaren door gefaseerde distributies, kan effectief in de lagere schijf blijven.

Box 2Box 2Inkomstenbelasting op aanmerkelijk belang — relevant wanneer u dividend uit uw holding-BV naar privé uitkeert. Tarief 2026: 24,5% tot € 68.843 winst, 31% daarboven. Zolang de winst in de holding blijft, valt er geen box 2 — alleen VPB op realisatie. als u het privé uitkeert. Zolang de winst in de BV blijft, valt er nooit box 2. Wilt u later geld naar privé halen, dan betaalt u 24,5% box 2 over de eerste € 68.843 dividend per jaar, daarboven 31%. Veel vermogende particulieren laten de winst in de holding zitten en herinvesteren — dan blijft het bij VPB alleen.

De kosten. Een holding is niet gratis. Boekhouding, jaarrekening en aangifte VPB samen kosten doorgaans € 1.500–3.000 per jaar. Het notarieel oprichten kost eenmalig € 500–800. Voor een belegging van € 50.000 in een ETF-portefeuille loont een holding zelden — de fiscale winst weegt niet op tegen de administratiekosten. Onze indicatieve drempel: vanaf ongeveer € 250k aan illiquide AUM begint een holding fiscaal en operationeel zinvol te worden. Voor commitments van € 500k+ is hij vrijwel zonder uitzondering de juiste keuze.

Wanneer welke structuur

Geen advies — maar wel houvast. Voor de twee meest voorkomende scenario’s in de praktijk:

Liquide vermogen, kortere horizon. Spaargeld, een ETF-portefeuille, een dividendaandelenportefeuille die u eventueel binnen vijf jaar wilt kunnen herzien — privé in box 3 is doorgaans simpeler en goedkoper. De holding-kosten doen het fiscale voordeel teniet.

Illiquide PE/VC-commitment, lange horizon. Een toezegging aan een fund-of-funds of direct-PE-fonds met een looptijd van zes tot tien jaar en een ticket van € 250k+ — een holding-BV is fiscaal vrijwel altijd voordeliger, vooral als u rekening houdt met de op komst zijnde box 3-hervorming (zie hieronder). Het uitstel-effect compoundt elk jaar mee.

Vastgoedfonds met kwartaaluitkering. Hier is het gemengd: de uitkeringen vallen alsnog onder box 3 of VPB afhankelijk van waar het fonds gehouden wordt; cashflow komt eerder, dus het uitstel-voordeel van een holding is kleiner. Bij een eenmalige € 50k-deelname in een vastgoedfonds met direct rente-rendement is privé vaak prima.

De hervorming op komst

De huidige box 3-systematiek staat onder druk. Er ligt een wetsvoorstel om over te stappen op werkelijk rendement, met een beoogde ingangsdatum van 1 januari 2028 — eerder was dat 2027. De Tweede Kamer nam het voorstel aan op 12 februari 2026; het ligt nu bij de Eerste Kamer en het kabinet heeft aanpassingen aangekondigd. Inhoud noch datum staat dus vast.

De hoofdregel van dat voorstel is een vermogensaanwasbelasting: jaarlijks 36% over de waardeontwikkeling, inclusief het deel dat u nog niet heeft gerealiseerd. Die regel geldt voor vrijwel alles, ook voor een deelname in een beleggingsfonds. Alleen voor onroerende zaken en bepaalde niet-beursgenoteerde aandelen — startende ondernemingen — zou de heffing pas bij realisatie komen.

Dat is precies andersom dan vaak wordt aangenomen. Voor een privé gehouden illiquide fonds betekent het voorstel dus geen uitstel tot het moment van uitcashen: u rekent elk jaar af over de aangroei op papier, ook in jaren waarin er geen euro binnenkomt. Voor een PE-fonds dat pas in jaar acht uitkeert is dat een wezenlijk verschil met vandaag, waar het forfait weliswaar ook jaarlijks heft maar tegen 2,16% van de waarde in plaats van 36% van de aanwas.

Voor de doelgroep verschuift de afweging daarmee niet weg van de holding, maar juist ernaartoe: onder de huidige regels is de holding-BV vooral een hedge tegen de jaarlijkse forfaitaire drip, onder het voorstel behoudt hij daarnaast zijn uitstel — in de BV wordt pas afgerekend bij realisatie, tegen VPB van 19 of 25,8%.

Houdt u via een transparante CVCVCommanditaire vennootschap. Personenvennootschap met een beherend en stille vennoten. Geen rechtspersoon; voor de belegger fiscaal transparant. rechtstreeks onroerend goed, dan ligt het anders: daar zou de realisatie-variant gelden en verdwijnt dat timingvoordeel grotendeels.

Drie vragen voor uw accountant

Belastingadvies is altijd individueel — maar deze drie vragen brengen u in een productief gesprek met uw fiscaal-adviseur:

  1. Welke commitment-grootte rechtvaardigt de oprichting van een holding-BV in mijn situatie? Het antwoord hangt af van uw totale vermogen, of u al een werk-BV heeft die dienst kan doen als holding, en uw plannen voor de komende tien jaar.

  2. Hoe waarschijnlijk gaat de tegenbewijsregeling iets opleveren voor mijn illiquide fondsen? Vraag uw adviseur om een proefberekening over de stille jaren — soms is het de moeite, soms niet.

  3. Wat verandert er voor mij onder de box 3-hervorming? Vraag hem om twee scenario’s: huidige regels en de verwachte werkelijk-rendement-regeling, beide doorgerekend op uw werkelijke portefeuille.

Geen van deze vragen heeft een universeel antwoord. Maar als u ze stelt vóór u tekent, voorkomt u dat de fiscus na drie jaar een onaangename verrassing brengt.

Indicatief, geen fiscaal advies. De fiscale wetgeving wijzigt regelmatig; cijfers en regimes in dit artikel reflecteren de stand per mei 2026. Voor uw eigen situatie raadpleegt u uw vermogensbeheerder of accountant.

Goed om te weten

Dit artikel is bedoeld als algemene uitleg en niet als persoonlijk beleggingsadvies. Beleggen in alternatieve fondsen kent een aanzienlijk risico op verlies van inleg. Lees vóór een eventuele inschrijving altijd het prospectus of informatiememorandum van de aanbieder.

Een term tegengekomen die niet helemaal duidelijk is? Hover op de onderlijnde woorden voor een korte uitleg, of bekijk de complete begrippenlijst.

Thomas van der Bruggen
Schrijft over Nederlandse alternatieve fondsen — van private equity tot private debt, vastgoed en infrastructuur. Onafhankelijke redactie zonder vergoeding van aanbieders.
HB
Een gesprek over uw allocatie in private equity.

Wij begeleiden vermogende particulieren bij de keuze tussen aanbieders. Een kennismakingsgesprek duurt 30 minuten en is vrijblijvend.

Belangrijke informatie AFM-vrijstelling, risico's, fiscaliteit — klik om uit te klappen
Belangrijke informatie. Fondskompas biedt feitelijke oriëntatie, geen beleggingsadvies. De getoonde gegevens zijn ontleend aan publiekelijk beschikbare bronnen en prospectussen van aanbieders. Alle getoonde fondsen worden aangeboden onder de vrijstelling van prospectus- en vergunningplicht (minimale inleg ≥ € 100.000 per belegger, artikel 5:3 Wft en de Vrijstellingsregeling Wft); de AFM houdt op deze aanbiedingen geen inhoudelijk toezicht onder de Wft. Rendementspercentages zijn streefrendementen — geen toezegging — en het werkelijke rendement kan negatief zijn; u kunt uw inleg geheel of gedeeltelijk verliezen. Deelnemingen zijn doorgaans illiquide: tussentijdse uittreding is meestal niet of beperkt mogelijk. Vermogen in deze fondsen valt in box 3 en wordt forfaitair belast volgens het regime van de Belastingdienst. SFDR-classificaties (artikel 6, 8 of 9) verwijzen naar duurzaamheidskenmerken van het fonds, niet naar een AFM-goedkeuring. Wij ontvangen een vergoeding van aanbieders bij een succesvolle introductie — onze diensten zijn voor u kosteloos. Vergelijk altijd het volledige prospectus, het informatiememorandum en — indien beschikbaar — het Essentiële-Informatiedocument (Eid) voordat u een beslissing neemt. Zie de volledige disclaimer, het artikel over de €100k-vrijstelling en de begrippenlijst.
Nieuwsbrief

Bericht bij elk nieuw fonds, plus achtergrond-artikelen.

We zijn nog niet aan het versturen — schrijf u in en u hoort het zodra de eerste editie verstuurd wordt. Opzeggen met één klik.

Inschrijven

Vergelijk fondsen →