Hoe een commitment fiscaal landt — en wat het wetsvoorstel voor box 3 zou betekenen voor een illiquide positie.
De juridische structuur van een fonds bepaalt drie dingen tegelijk: hoe het fonds zelf belasting betaalt, hoe ú belasting betaalt over wat u eruit krijgt, en wanneer welke heffing valt. Voor een particulier die overweegt €250.000 of meer in een alternatief fonds te stoppen, zijn die drie kantelpunten op zijn minst zo belangrijk als het streefrendement zelf.
Dit artikel legt de drie meest voorkomende Nederlandse structuren uit met twee casussen erbij. Het is geen advies — voor uw eigen situatie heeft u een belastingadviseur nodig. Wel een gids zodat u met een voorbereide vragenlijst dat gesprek ingaat in plaats van met “leg het me uit”.
In één zin: drie structuren, drie fiscale paden
Een CVCVCommanditaire vennootschap. Personenvennootschap met een beherend en stille vennoten. Geen rechtspersoon; voor de belegger fiscaal transparant. of een open FGRFGRFonds voor gemene rekening. Contractuele constructie zonder rechtspersoonlijkheid. Kan open of besloten zijn; fiscale behandeling hangt daarvan af. is fiscaal transparant: het fonds zelf betaalt geen vennootschapsbelastingVennootschapsbelastingBelasting over winst van rechtspersonen. Tarief 2026: 19% tot € 200.000 winst, 25,8% daarboven. Voor een holding-BV die in een fonds participeert: heffing pas bij realisatie (exit of distributie), niet jaarlijks over de NAV. Dat uitgestelde karakter maakt de holding fiscaal aantrekkelijk voor lange-looptijd illiquide beleggingen.; u rapporteert uw evenredig aandeel in winst en verlies direct in uw eigen aangifte. Een BVBVBesloten vennootschap. Rechtspersoon. Voor de belegger niet-transparant: winst wordt eerst belast bij de BV (vpb) voordat een dividend uitgekeerd kan worden. of besloten FGR is niet-transparant: het fonds betaalt eerst vennootschapsbelasting, en wat overblijft komt pas later bij u in inkomstenbelasting via dividend.
| Structuur | Transparant? | Vpb op fonds | Bij u in | Aangifte |
|---|---|---|---|---|
| CV | Ja | Nee | Box 3Box 3Inkomstenbelasting over vermogen voor particulieren. In 2026: 36% × 6,00% fictief rendement = 2,16% per jaar over de waarde per 1 januari, ongeacht of er werkelijk rendement is. Ligt uw werkelijke rendement lager, dan kunt u een beroep doen op de tegenbewijsregeling. Er ligt een wetsvoorstel om over te stappen op werkelijk rendement — hoofdregel zou een vermogensaanwasbelasting worden, die ook ongerealiseerde waardestijging belast; dat voorstel is nog niet aangenomen. | Complex — jaarlijkse fiscale specificatie |
| Open FGR | Ja | Nee | Box 3 | Vergelijkbaar met CV |
| BV | Nee | 19% / 25,8% | Box 3 (of Box 2Box 2Inkomstenbelasting op aanmerkelijk belang — relevant wanneer u dividend uit uw holding-BV naar privé uitkeert. Tarief 2026: 24,5% tot € 68.843 winst, 31% daarboven. Zolang de winst in de holding blijft, valt er geen box 2 — alleen VPB op realisatie. bij ≥5%) | Eenvoudig — fonds doet het werk |
| Besloten FGR | Nee | 19% / 25,8% | Box 3 | Eenvoudig — als BV |
CV — transparant: u betaalt belasting alsof u eigenaar bent
Bij een CV-fondsstructuur bent u als commanditaire vennoot juridisch geen eigenaar van het fonds als rechtspersoon (want die is er niet), maar fiscaal wel: uw aandeel in alle inkomsten, verliezen, kosten en vermogensbestanddelen is direct van u. Dat betekent:
- Het fonds zelf betaalt geen vpb.
- Uw evenredig aandeel in de jaarwinst telt mee in uw aangifte — afhankelijk van uw situatie in Box 1 (als beleggingsactiviteit als bron van inkomen wordt gekwalificeerd) of Box 3 (als vermogen).
- De fondsmanager stuurt u jaarlijks een fiscale specificatie waarmee uw adviseur uw aangifte kan invullen.
- Winsten en verliezen “stromen door” naar u — een verlies in jaar 3 kan onder voorwaarden uw belastbaar inkomen verlagen.
Voor klassieke private-equity en vastgoed-CV’s is dit de standaardstructuur. De pluspunten: geen dubbele belasting (vpb plus dividendbelasting plus inkomstenbelasting), directe aftrekbaarheid van kosten, een transparant model. Het minpunt: de aangifte is complexer en u moet jaarlijks bij uw adviseur langs.
BV — niet-transparant: het fonds belast eerst, dan u via dividend
Wordt het fonds als een BV opgezet (zeldzamer bij Nederlandse fondsen voor particulieren, maar het gebeurt), dan is de BV zelf een belastingplichtige rechtspersoon. Het pad ziet er dan zo uit:
- Het fonds maakt winst — bijvoorbeeld €10 mln in een jaar.
- De BV betaalt vennootschapsbelasting (in 2026: 19% over de eerste schijf, 25,8% over wat daarboven uitkomt).
- Wat overblijft kan als dividend worden uitgekeerd. Voor een Nederlandse particulier valt dat dividend in Box 3 (vermogensrendementsheffing) als u onder de aanmerkelijk-belang-drempel zit; in Box 2 als u 5% of meer van de aandelen bezit (in fondsen vrijwel nooit).
- Bij verkoop van uw aandelen op een secundaire marktSecundaire marktPlatform of mechanisme waar bestaande beleggers hun aandelen kunnen aanbieden aan nieuwe beleggers. Vaak periodiek, soms tegen korting op NAV.: hetzelfde regime — meestal Box 3.
Het netto effect: minder fiscaal aantrekkelijk dan de CV-route bij positief rendement, omdat er twee heffingen overheen gaan. Bij forse verliezen ligt het iets beter: uw verlies is gedragen door de BV, niet rechtstreeks door u. In de praktijk wegen de meeste structureerders op tegen de CV.
FGR — open of besloten, sterk verschillend
Een fonds voor gemene rekening is geen rechtspersoon maar een contractuele samenwerking — toch heeft de fiscus er twee smaken van gemaakt:
- Open FGR. Aandelen zijn vrij overdraagbaar; het fonds is fiscaal transparant. Behandeling lijkt op de CV. Beleggers in een open FGR zitten met hun deelname doorgaans in Box 3.
- Besloten FGR. Aandelen zijn niet vrij overdraagbaar (overdracht alleen met toestemming van alle deelnemers, of via inkoop door het fonds zelf). De besloten FGR is niet-transparant — fiscaal min of meer behandeld als een BV.
De fondsmanager geeft in het informatie-memorandum aan welk type FGR het betreft. Vraagt u zich af welk type uw fonds is, vind de zin “Fonds voor gemene rekening (open/besloten)” in de IM — staat er niets bij, dan is het in de praktijk vrijwel altijd besloten.
Casus 1 — Petra: €400.000 vrij vermogen, €300.000 commit in een CV-PE-fonds
Petra (54, partner) heeft €400.000 vrij belegbaar vermogen naast haar pensioenopbouw en gezin-vermogen. Ze commit €300.000 aan een Nederlands buy-out PE-fonds, gestructureerd als CV. Streefrendement: 12% IRRIRRInternal rate of return. Het jaarlijkse rendement waarmee de contante waarde van alle kasstromen (inleg en uitkeringen) nul wordt. Standaard in private equity. netto over 10 jaar.
Het verloop (vereenvoudigd, indicatief):
| Jaar | Cashflow | Wat er gebeurt | Fiscaal |
|---|---|---|---|
| 0 | −€ 60.000 | Eerste stortingEerste trancheHet deel van uw commitment dat u bij ondertekening direct stort. De rest wordt later opgevraagd naarmate de beheerder deals sluit. Bij fondsen die onder de €100k-vrijstelling worden aangeboden is de eerste tranche doorgaans precies die € 100.000, ook als u meer toezegt. (20% van commit) | Uit liquide vermogen |
| 1–3 | −€ 210.000 | 3 capital calls (~€70k/stuk) | Paid-inPaid-inCumulatief kapitaal dat de belegger werkelijk in het fonds heeft gestort, op basis van capital calls. Bij een commitment van € 250k en drie tranches gestort, is paid-in € 100k + € 50k + € 50k + € 50k = € 250k aan het einde van de drawdown-periode. komt op €270k (90%) |
| 4–6 | € 0 | Waardecreatie; NAVNAVNet Asset Value: de gewogen waarde van alle deelnemingen van het fonds, minus eventuele schulden van het fonds. Wordt door de beheerder periodiek geschat — typisch elk kwartaal of halfjaar. Bij illiquide fondsen blijft NAV vaak op kostprijs staan tot een exit nadert. → ~€ 340.000 | Box 3-heffing op NAV per 1 januari |
| 7–9 | +€ 300.000 | 3 distributies: €80k · €120k · €100k | Winst-deel in evenredig aandeel |
| 10 | +€ 150.000 | Slotafrekening | Totaal uit: € 450.000 |
| Totaal | +€ 180.000 | netto winst op € 300k paid-in | Voor Box 3-heffing |
Het box 3-forfait voor overige bezittingen kost in 2026 2,16% per jaar over de waarde per 1 januari (6,00% fictief rendement × 36% tarief). Over tien jaar, met een NAV die van € 60.000 naar ruim € 340.000 loopt, komt Petra daarmee op ruwweg € 50.000 aan box 3-heffing over deze positie — bij benadering, want het exacte bedrag hangt af van haar totale box 3-vermogen en van het heffingsvrij vermogen dat ze mogelijk al elders heeft verbruikt. Netto blijft er dan ongeveer € 400.000 over op € 300.000 inleg: een multipleMultipleTotale uitkering gedeeld door totale inleg. Een multiple van 1,8x betekent dat de belegger 1,8 keer de inleg terugkrijgt. Voor één enkele deal heet dit MOIC; voor het hele fonds TVPI. van circa 1,33x, tegen de 1,5x bruto die de fondsmanager als streefrendement aangaf.
Casus 2 — Jan: €1 mln vrij vermogen, €400.000 in een besloten FGR-vastgoedfonds
Jan (62, gepensioneerd) zoekt cashflow in zijn vermogen. Hij commit €400.000 aan een Nederlands woningfonds in een besloten-FGR-structuur. Streefrendement: 6,5% per jaar cashflow plus 1–2% jaarlijkse waardegroei.
Het besloten-FGR-pad:
- Het fonds betaalt zelf vennootschapsbelasting over zijn jaarlijkse huurinkomsten min kosten.
- Wat overblijft wordt als dividend uitgekeerd — voor Jan in Box 3 (vermogen, niet inkomen).
- De besloten-FGR-structuur is fiscaal vergelijkbaar met een BV: dubbele heffing, maar de fondsstructuur is wel beleggingsvriendelijker dan een BV qua aansprakelijkheid en governance.
Voor Jan betekent dat een netto cashflow van circa 4,5–5% per jaar — niet de 6,5% bruto die de aanbieder communiceert. Bij €400.000 inleg is dat €18.000–€20.000 netto per jaar, voor een belastingplichtige in box 3. Voor zijn budget is dat goed te plannen; voor de vergelijking met andere fondsen rekent hij netto-na-belasting, niet bruto.
Box 3 nu, en het wetsvoorstel dat eraan komt
In 2026 is box 3 zuiver forfaitair: 6,00% fictief rendement over de waarde per 1 januari, belast tegen 36%, ofwel 2,16% per jaar. Er is geen overgangsfase en geen keuzeregime. Wel bestaat sinds 1 juli 2025 de tegenbewijsregelingTegenbewijsregelingSinds 2025 mag een belastingplichtige in box 3 aantonen dat het werkelijke rendement lager was dan het fictieve — dan wordt over het werkelijke geheven. Voor illiquide fondsen in J-curve-jaren (NAV nog rond cost basis, geen distributies) kan dat de heffing aanzienlijk drukken. Niet automatisch; vereist onderbouwing in de aangifte.: ligt uw werkelijke rendement lager dan het forfait, dan mag u over dat werkelijke rendement heffen.
Daarnaast ligt er een wetsvoorstel om het forfait helemaal te vervangen. Dat is aangenomen door de Tweede Kamer op 12 februari 2026 en ligt nu bij de Eerste Kamer; beoogde invoering is 1 januari 2028, maar die datum is al een keer verschoven en het kabinet heeft aanpassingen aangekondigd. Voor een illiquide fondspositie zitten er drie complicaties in:
| Aandachtspunt | Wat het betekent |
|---|---|
| Waardering zonder dagkoers | De fondsmanager publiceert per kwartaal of half jaar een NAV. Voor de aangifte telt de waarde per 1 januari; is die er op dat moment niet, dan geldt de eerstvolgende datum waarop hij wél te bepalen is. Wanneer NAV en marktwaarde uiteenlopen — bij illiquide vastgoed en VC vaak — kan dat wrijving geven met de fiscus. |
| Belasting over ongerealiseerd | De hoofdregel van het voorstel is een vermogensaanwasbelasting: die telt ongerealiseerde waardestijging gewoon mee. U betaalt dan heffing zonder dat er cash is binnengekomen — een acuut cashflow-vraagstuk voor fondsen die pas in jaar 8 distribueren. Alleen voor onroerende zaken en bepaalde niet-beursgenoteerde aandelen zou pas bij realisatie worden geheven. |
| De tegenbewijsregeling is geen keuzemenu | Zolang het forfait geldt kunt u tegenbewijs leveren, maar dat is een toets, geen keuze per fonds: hij gaat over uw héle box 3-vermogen, kent geen heffingsvrij vermogen, telt ongerealiseerde waardeverandering mee en kan de heffing alleen verlagen. In de J-curveJ-curveKarakteristiek verloop van het netto rendement in een PE/VC-fonds: de eerste drie tot vier jaar negatief (kosten lopen, deelnemingen worden conservatief gewaardeerd, exits zijn nog ver weg), daarna gestaag positief naarmate de fondsmanager portefeuillebedrijven verkoopt.-fase pakt hij vaak gunstig uit; zodra de NAV oploopt niet meer. |
Concrete consequentie voor wie nu commit: vraag de aanbieder om hun visie op de waardering-methodiek en welke documentatie zij u jaarlijks aanleveren voor uw aangifte. Een aanbieder die hier een doordacht antwoord geeft — incl. voorbeeld-uittreksels — is verre te prefereren boven een aanbieder die “vraag uw adviseur” antwoordt.
Wanneer een belastingadviseur niet te missen is
Niet alle situaties vragen een specialist. Wanneer wél:
| Situatie | Waarom een adviseur |
|---|---|
| Totaal vermogen > € 1 mln + commitmentCommitmentHet totale bedrag dat een belegger toezegt te storten in het fonds. Wordt niet in één keer betaald — de beheerder roept het in tranches op (capital calls) naarmate er deelnemingen worden gekocht. Het commitment is de basis voor de fee-berekening en de winstverdeling. € 300k+ | Box 3-tranches kunnen duizenden euro’s per jaar schelen |
| Ondernemer met holding-BVHolding-BVPersoonlijke besloten vennootschap waarin een particulier zijn vermogen onderbrengt. Voor vermogende particulieren met PE/VC-deelnames het meest voorkomende vehikel — winst wordt niet jaarlijks (zoals in box 3 bij privé) maar pas bij realisatie belast (VPB), waardoor kapitaal tussentijds onbelast compoundt. Pas voordelig bij voldoende AUM: oprichting + jaarlijkse administratie/accountantskosten zijn ~€ 1.500–3.000 per jaar. beschikbaar | Privé vs holding scheelt meerdere procentpunten netto |
| Schenking- of erfenis-planning rondom de positie | CV-belangen erven anders dan BV-aandelen |
| Vroege-exit-timing | Een jaar met laag overig inkomen kan voordeliger zijn |
Voor de meeste eerste-keer-beleggers met een commitment van €100k–€300k uit privé-vermogen is een eenmalig adviseur-uurtje genoeg. Voor de situaties hierboven is meer nodig.
Geen advies. De cijfers in dit artikel zijn rekenvoorbeelden met aannames over rente, belastingtarieven en marktcondities. Uw persoonlijke situatie kan substantieel afwijken. Raadpleeg een belastingadviseur voordat u beslist. Voor de actuele Box 3-regels en overgangsbepalingen zie de site van de Belastingdienst.
Dit artikel is bedoeld als algemene uitleg en niet als persoonlijk beleggingsadvies. Beleggen in alternatieve fondsen kent een aanzienlijk risico op verlies van inleg. Lees vóór een eventuele inschrijving altijd het prospectus of informatiememorandum van de aanbieder.
Een term tegengekomen die niet helemaal duidelijk is? Hover op de onderlijnde woorden voor een korte uitleg, of bekijk de complete begrippenlijst.