Fiscaal · 7 min lezen

Wlz-eigen-bijdrage: hoe uw vermogen meetelt bij zorginstelling-opname

Uw vermogen telt mee bij de eigen bijdrage voor de Wet langdurige zorg: 4% van het bedrag boven het CAK-toetsbedrag wordt bij uw bijdrageplichtig inkomen opgeteld — gerekend over het jaar van twee jaar eerder. Wat dat concreet doet met uw alt-fondsen-allocatie.

Thomas van der Bruggen · 17 mei 2026
© Copernico / Unsplash
In één zin

Uw vermogen telt mee bij de eigen bijdrage voor de Wet langdurige zorg: 4% van het bedrag boven het CAK-toetsbedrag wordt bij uw bijdrageplichtig inkomen opgeteld — gerekend over het jaar van twee jaar eerder. Wat dat concreet doet met uw alt-fondsen-allocatie.

De vraag duikt zelden op in financieel-planning-gesprekken, maar voor wie de zeventig nadert wel toenemend relevant: als ik later in een verpleeghuis kom, wat doet mijn vermogen dan met de eigen bijdrage die ik betaal? Het verschil tussen €200 per maand en €3.000 per maand zit voor een groot deel in hoe uw vermogen wordt gewogen. Met een €1–3 miljoen aan privé- of alt-fondsen-vermogen is dat geen marginaal verschil.

Hoe het zit

Bij opname onder de Wet langdurige zorg (Wlz) — verpleeghuis, kleinschalig wonen, intramurale gehandicaptenzorg — berekent het CAK een eigen bijdrage per maand. Twee varianten:

  • Lage eigen bijdrage (LEB) — de eerste 4 maanden van opname, of bij thuiszorg via een modulair pakket. Maximum 2026: € 1.115,80 per maand bij verblijf, € 933,60 bij mpt of pgb.
  • Hoge eigen bijdrage (HEB) — vanaf maand 5 in een instelling. Maximum 2026: € 3.061,80 per maand.

Welke u betaalt hangt af van uw bijdrageplichtig inkomen. En dáár komt het vermogen binnen via de vermogensinkomensbijtelling (VIB).

De vermogensinkomensbijtelling

Voor de CAK-berekening telt 4% van uw vermogen boven een drempel mee als ware het inkomen. Twee dingen die hier vaak misgaan.

Het percentage is 4%, niet 8%: dat is per 1 januari 2019 gehalveerd. En de drempel is niet het heffingsvrij vermogen van de Belastingdienst. Het CAK hanteert een eigen toetsbedrag dat een stuk lager ligt, en past dat toe op uw rendementsgrondslag per 1 januari — bezittingen minus schulden, dus vóór het heffingsvrij vermogen. Voor 2026:

  • Toetsbedrag alleenstaand: € 36.952
  • Toetsbedrag met partner: € 73.904

Even belangrijk: het CAK rekent met het peiljaar van twee jaar eerder. Uw eigen bijdrage over 2026 is gebaseerd op uw inkomen en vermogen van 2024. Wie vandaag in een fonds stapt, merkt dat pas over twee jaar in zijn bijdrage — en wie afbouwt, ook.

Een rekenvoorbeeld. Stel: een 78-jarige weduwe met een AOW plus pensioen van samen € 36.000 per jaar en een rendementsgrondslag van € 800.000 op 1 januari 2024 (deels in vastgoed- en private-debt-fondsen).

Bedrag
Vermogen boven het toetsbedrag€ 763.048
VIB (4%)€ 30.522

Die € 30.522 komt bovenop haar inkomen ná belasting en ná de aftrekposten die het CAK toepast — zak- en kleedgeld, premie Zvw en een leeftijdsafhankelijke aftrekpost. Wat er dan overblijft gedeeld door twaalf is de hoge eigen bijdrage, met een maximum van € 3.061,80 per maand.

Bij dit vermogen loopt zij tegen dat maximum aan. Dat is het punt dat het meest telt voor uw allocatie: boven een bepaald vermogen verandert extra vermogen niets meer aan de bijdrage. De bijtelling doet zijn werk in de zone eronder. Reken uw eigen situatie na met de rekenhulp van het CAK.

Wat dit voor uw allocatie betekent

Drie observaties die in onze gesprekken terugkomen:

  1. Uw alt-fondsen wegen één-op-één mee, ook als ze illiquide zijn. De CAK kijkt naar het box 3Box 3Inkomstenbelasting over vermogen voor particulieren. In 2026: 36% × 6,00% fictief rendement = 2,16% per jaar over de waarde per 1 januari, ongeacht of er werkelijk rendement is. Ligt uw werkelijke rendement lager, dan kunt u een beroep doen op de tegenbewijsregeling. Er ligt een wetsvoorstel om over te stappen op werkelijk rendement — hoofdregel zou een vermogensaanwasbelasting worden, die ook ongerealiseerde waardestijging belast; dat voorstel is nog niet aangenomen.-vermogen op de peildatum — niet naar hoe makkelijk u het kunt liquideren. €500.000 in een PE-fonds met nog drie jaar lock-up telt evenveel mee als €500.000 op een spaarrekening.

  2. De eigenwoning telt niet mee. Vermogen dat in box 1 zit (eigen woning minus hypotheek) blijft buiten de VIB. Voor wie kan schuiven binnen redelijke termijn — bijvoorbeeld hypotheek aflossen — is dat een herverdelingstrade-off met de “eigen huis vs alts” som (zie onze tool).

  3. Schenken aan kinderen voor de opname werkt — als u op tijd bent. Schenkingen die het bijdrageplichtig vermogen verlagen, doen dat pas vanaf de peildatum erna. Wachten tot een opname concreet is, is doorgaans te laat. Voor wie er over nadenkt: zie onze schenking-ladder-tool om de meerjarige overdracht door te rekenen.

Wat we hier niet claimen

Het CAK gebruikt een fijnkorrelige tabel met verschillende schijven en correcties (alleenstaande versus gehuwd, hardheidsclausule bij plotseling verlies van inkomen, omgekeerde inkomensvergelijking voor partners). De rekenwidget hieronder geeft een ruwe indicatie — voor de juiste bijdrage gaat u naar hetcak.nl.

Dit artikel is geen advies over of u uw vermogen voor uw vijfenzestigste zou moeten verschuiven. Dat raakt aan estate planning, schenkbelasting, liquiditeit-behoefte voor uw partner en uw eigen levenstandaard. Met een notaris of estate planner werkt u dat persoonlijk uit. Hier alleen het rekensommetje, met de juiste vraag: weet u hoeveel van uw fonds-vermogen in een latere zorgsituatie aan eigen bijdrage zou opgaan?

Reken-widget

Wat doet uw vermogen aan eigen bijdrage?

Het CAK rekent met uw inkomen en vermogen van twee jaar eerder. Voor bijdragejaar 2026 telt dus uw situatie op 1 januari 2024 — wie nu instapt in een fonds merkt dat pas over twee jaar. Voor de officiële berekening: de rekenhulp van het CAK.

Huishouden
AOW-leeftijd
Bijdrage-variant
€ 30.522
Vermogensinkomensbijtelling (4%)
€ 50.825
Bijdrageplichtig inkomen
€ 3.062/mnd
Eigen bijdrage 2026
+€ 1.370/mnd
Waarvan door uw vermogen

De bijdrage staat op het maximum van € 3.062 per maand — extra vermogen verhoogt hem niet verder.

Het CAK trekt eerst een toetsbedrag van uw rendementsgrondslag af (€36.952 alleenstaand, €73.904 met partner) en telt 4% van het meerdere bij uw inkomen op. Let op: dat toetsbedrag is iets anders dan het heffingsvrij vermogen van de Belastingdienst en ligt lager. De verschuldigde belasting over 2024 is hier geschat; dat is de grootste bron van afwijking. Deze rekensom volgt het Besluit langdurige zorg, maar houdt geen rekening met alle uitzonderingen. Geen advies.

Goed om te weten

Dit artikel is bedoeld als algemene uitleg en niet als persoonlijk beleggingsadvies. Beleggen in alternatieve fondsen kent een aanzienlijk risico op verlies van inleg. Lees vóór een eventuele inschrijving altijd het prospectus of informatiememorandum van de aanbieder.

Een term tegengekomen die niet helemaal duidelijk is? Hover op de onderlijnde woorden voor een korte uitleg, of bekijk de complete begrippenlijst.

Thomas van der Bruggen
Schrijft over Nederlandse alternatieve fondsen — van private equity tot private debt, vastgoed en infrastructuur. Onafhankelijke redactie zonder vergoeding van aanbieders.
HB
Een gesprek over uw allocatie in private equity.

Wij begeleiden vermogende particulieren bij de keuze tussen aanbieders. Een kennismakingsgesprek duurt 30 minuten en is vrijblijvend.

Belangrijke informatie AFM-vrijstelling, risico's, fiscaliteit — klik om uit te klappen
Belangrijke informatie. Fondskompas biedt feitelijke oriëntatie, geen beleggingsadvies. De getoonde gegevens zijn ontleend aan publiekelijk beschikbare bronnen en prospectussen van aanbieders. Alle getoonde fondsen worden aangeboden onder de vrijstelling van prospectus- en vergunningplicht (minimale inleg ≥ € 100.000 per belegger, artikel 5:3 Wft en de Vrijstellingsregeling Wft); de AFM houdt op deze aanbiedingen geen inhoudelijk toezicht onder de Wft. Rendementspercentages zijn streefrendementen — geen toezegging — en het werkelijke rendement kan negatief zijn; u kunt uw inleg geheel of gedeeltelijk verliezen. Deelnemingen zijn doorgaans illiquide: tussentijdse uittreding is meestal niet of beperkt mogelijk. Vermogen in deze fondsen valt in box 3 en wordt forfaitair belast volgens het regime van de Belastingdienst. SFDR-classificaties (artikel 6, 8 of 9) verwijzen naar duurzaamheidskenmerken van het fonds, niet naar een AFM-goedkeuring. Wij ontvangen een vergoeding van aanbieders bij een succesvolle introductie — onze diensten zijn voor u kosteloos. Vergelijk altijd het volledige prospectus, het informatiememorandum en — indien beschikbaar — het Essentiële-Informatiedocument (Eid) voordat u een beslissing neemt. Zie de volledige disclaimer, het artikel over de €100k-vrijstelling en de begrippenlijst.
Nieuwsbrief

Bericht bij elk nieuw fonds, plus achtergrond-artikelen.

We zijn nog niet aan het versturen — schrijf u in en u hoort het zodra de eerste editie verstuurd wordt. Opzeggen met één klik.

Inschrijven

Vergelijk fondsen →